Modellenwerk

Enthousiaste vriendinnen verleiden me. Theory U, Alignment, Appreciative Inquiry: de titels en inhoud zijn veelbelovend. De Canon van het Leren slooft zich uit op mijn bureau. Alsof je bijna achteloos een kunstboek of ingewikkelde partituur op tafel laat slingeren.

Ik verlang ernaar: mijn werkelijkheid inpassen in zo’n model. Mijn manier van denken en ontwikkelen terugzien in zo’n goed doordacht concept. Omdat dat leuk is. Je opeens iets herkent. Je een basis vindt. Maar inpassen lukt alleen als ik flink frommel. En het levert me niets nieuws op. Laat ik het maar toegeven: ik ben niet geschikt voor modellenwerk.

Jammer, want soms lijkt het me heerlijk om zo’n feitelijke taal te spreken. Die gemeenschappelijke basis te delen. Maar in gesprekken erover schiet mijn aandacht al weer snel naar het enthousiasme van de verteller. Dwaal ik af naar het denkhoofd van die creatieve geesten die nieuwe bewegingen en verbanden zien en zo de werkelijkheid vangen. Slimmeriken. Zoals die vriendin die zichzelf vaak ‘denkopdrachten’ geeft. Haar ogen stralen.

Geef mij maar ‘voelopdrachten’. Dan ga ik los. Als je sensitief bent, vang je veel en vaak signalen op. Non-verbale zichtbare, maar ook niet voor iedereen waarneembare energetische. Je voelt of ziet dat iemands energieveld opent of sluit, neemt lichte en donkere energie waar op een plek of rond iemand. Voelt wisselende emoties van anderen. Intuïtie voor gevorderden. Een glimp of meer van wat er speelt. Ook als wat iemand zegt of doet niet correspondeert met wat voelbaar is. In de top drie: angst om niet serieus genomen te worden, afgewezen of belachelijk gemaakt. Herkenbaar? Ook ik heb er lang last van gehad. Als ik ‘onzichtbare’ figuren zie opdoemen, stemmen hoor of zich beelden aandienen zwijg ik ook nogal eens. Soms om je omgeving niet de stuipen op het lijf te jagen, maar af en toe ook omdat ik niet gek wil worden verklaard. En volgens bepaalde modellen is dat een koud kunstje.

Begrepen worden is prettig. Als je een signaal van herkenning krijgt, staat het sein op veilig. Je durft open te zijn. Je hoeft je verhaal niet aan te passen aan de setting. Je  niet anders voor te doen dan je bent. Mijn intellectuele uitstapjes zijn in feite afleidingsmanoeuvres. Met als boodschap: ‘Merk je het? Ik ben ook rationeel.’ Terwijl veel eerlijker is: ‘Ik ben spiritueel’. Mijn wereld is niet exact, mijn wereld is bezield. Mijn hart slaat niet over van kennis, maar van (innerlijk) weten. Ik ben niet wezenlijk in wetenschappelijke ontwikkelingen geïnteresseerd maar wel mateloos in groeien naar bewust ‘zijn’. In hoe je in het hier en nu jezelf kunt ervaren en tegelijkertijd daarboven uit kunt stijgen. Zodat je bent. En alles is.

Dat is perceptie. De mijne. Je kiest allemaal hoe je naar het leven kijkt. Creëert zo je eigen wereld. Je geeft woorden aan je ervaringen. Het is prettig als je een ervaring kunt delen, maar je hebt de ander niet nodig om de betekenis of waarde ervan te bepalen.  Je weet zelf wat er werkelijk voor jou toe doet. Werelden verschillen. ‘De werkelijkheid’ ook. Daar is niets mis mee als je eigen wereld maar je basis blijft. Dat vereist inzicht in je zelf en een alerte aanwezigheid in het hier en nu. Dan voel je of iets echt bij je past of niet.

De Canon van het Leren past bij mijn modellenvriendinnetje. Mij boeit hoe het haar fascineert. Een ontmoeting tussen twee verschillende werelden. Zij accepteert dat ik een idee niet analyseer, maar vertel hoe een denkbeeld voelt. En ik hoef verder niets zinnigs over haar bijdrage aan dat boek te zeggen. Niets te bewijzen. Want ik weet zelf dat ik nadenk. Heus wel en heel vaak zelfs. Maar dan over de kracht en het eindeloze potentieel van gevoelens. Dan ervaar ik het rustpunt in mijzelf dat tegelijkertijd deel uit maakt van een veel groter bewustzijn. Dan ben ik. Alles is. Zo’n spiritueel type dus.